Trends juli 2020 – Veel geneesmiddelen voor COVID-19 in de pijplijn

Veel geneesmiddelen voor COVID-19 in de pijplijn

Het Zorginstituut publiceert maandelijks een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van farmacotherapeutische behandeling van COVID-19. Hiervoor baseert het Zorginstituut zich op nationale en internationale informatiebronnen, waaronder het RIVM, de EMA en de FDA. In de update van juli is onder andere te lezen dat de EMA halverwege juni in gesprek was met fabrikanten over 132 mogelijke geneesmiddelen en 34 vaccins.

Eind juni is in het Ge-Bu een artikel verschenen over de medicamenteuze behandeling van COVID-19. Een infectie met SARS-CoV-2 verloopt in drie stadia: de virale respons (stadium 1), en de (hyper)inflammatoire respons (stadium 2 en 3).

Niet alle patiënten doorlopen al deze stadia. In het eerste stadium is sprake van virusreplicatie en milde symptomen. In stadium 2 is sprake van lokale inflammatie in de long en ontstaat een longontsteking. In het derde stadium ontstaat waarschijnlijk systemische hyperinflammatie met klachten die lijken op het ‘acute respiratory distress syndrome’ (ARDS).

In stadium 1 is behandeling met middelen als (hydroxy)chloroquine, azitromycine, zink, en antivirale middelen zoals remdesivir onderzocht. Alleen voor remdesivir is (beperkt) bewijs voor effectiviteit en veiligheid.  In stadium 2 en 3 zijn tocilizumab, anakinra, icatibant, lanadelumab en valsartan mogelijk effectief. Dit is momenteel volop in onderzoek.

Het Ge-Bu-artikel gaat uitgebreid in op de mogelijke werking van al deze middelen, de voorlopige resultaten uit klinisch onderzoek en de bijwerkingen. Hoewel in theorie de werkingsmechanismen van al deze geneesmiddelen veelbelovend zijn, is de conclusie dat het vooralsnog niet rationeel is om ze voor te schrijven voor de behandeling van COVID-19, in studieverband uitgezonderd.