Kruidengeneesmiddelen en kruidensupplementen
Medewerkers van het RIVM en CBG hebben in het Pharmaceutisch Weekblad uiteengezet wat de belangrijkste overeenkomsten en verschillen zijn tussen kruidengeneesmiddelen en kruidensupplementen.
Veel mensen gebruiken een kruidenproduct. Maar zowel consumenten als zorgverleners zijn zich niet altijd bewust van de verschillen tussen een kruidengeneesmiddel en een kruidensupplement. Zo vallen supplementen onder de Warenwet, en worden deze gezien als levensmiddelen. Bij dergelijke producten vindt geen beoordeling plaats van de kwaliteit, werkzaamheid en veiligheid voordat ze op de markt komen. Bij kruidengeneesmiddelen vindt deze beoordeling wel plaats.
Om als kruidengeneesmiddel op de markt te komen, zijn drie soorten registratie mogelijk:
- als ‘nieuw actief bestanddeel’, wanneer het product een voor de Europese Unie (EU) nieuwe werkzame stof bevat;
- op basis van ‘well established use’, wanneer de werkzame stof in de EU ten minste 10 jaar wordt toegepast in de medische praktijk;
- op basis van ‘traditioneel gebruik’, wanneer het middel minstens 30 jaar in de medische praktijk wordt gebruikt, waarvan ten minste 15 jaar binnen de EU.
Afhankelijk van het soort registratie gelden daarnaast nog aanvullende eisen. Zowel kruidensupplementen als kruidengeneesmiddelen kunnen bijwerkingen en interacties veroorzaken. De auteurs adviseren daarom dat zorgverleners de patiënten goed uitvragen naar het gebruik van kruidenproducten.

