MDR Delier bij volwassenen en ouderen herzien
De multidisciplinaire richtlijn Delier bij volwassenen en ouderen is herzien. De richtlijn richt zich op volwassenen (incl. ouderen en patiënten met dementie) met een verhoogd risico op een delier, of die al een delier hebben ontwikkeld. Het gaat hierbij specifiek om patiënten in het ziekenhuis of verpleeghuis. Het betreft een gedeeltelijke herziening van diverse modules, waaronder ook die over de medicamenteuze profylaxe en medicamenteuze behandeling van een delier. Voor wat betreft profylaxe is het algemene advies om in principe geen medicatie te geven om een delier te voorkomen. Alleen bij hoge uitzondering kan eventueel voor medicatie worden gekozen, bijvoorbeeld bij patiënten die meerdere risicofactoren hebben voor ontwikkeling van een delier. Ook om een delier te behandelen, gaat de voorkeur uit naar niet-medicamenteuze interventies. Er is namelijk niet bewezen dat medicatie tot een sneller of beter herstel leidt en/of de cognitieve restverschijnselen vermindert. Het doel van medicamenteuze behandeling is dan ook het verminderen van onrust, psychotische verschijnselen en angst. Medicatie is alleen geïndiceerd wanneer de patiënt een hoge lijdensdruk ervaart, een gevaar is voor zichzelf of voor anderen, zijn behandeling in de weg staat of wanneer het delier persisterend is. Haloperidol is dan eerste keus. Wanneer medicatie wordt ingezet, dient men erop alert te zijn dat geneesmiddelen bij delier sedatieve eigenschappen kunnen hebben die de hyperactieve symptomen van het delier maskeren. Dit kan de suggestie wekken dat er klinische verbetering optreedt terwijl dit niet het geval is.

