Medicamenteuze behandeling
Nog altijd is het onderzoek naar de medicamenteuze behandeling van COVID-19 in volle gang. De SWAB-richtlijn ‘Medicamenteuze behandelopties bij patiënten met COVID-19 (infecties met SARS-CoV-2)’ wordt steeds aangepast bij nieuwe wetenschappelijke inzichten.
In de Verenigde Staten heeft de FDA het antivirale middel remdesivir via een spoedprocedure geregistreerd voor ernstige COVID-19 infectie. In Europa is dit op moment van schrijven (mei 2020) nog niet het geval; maar naar verwachting zal op korte termijn ook hier een aanvraag worden ingediend voor een voorwaardelijke handelsvergunning. In Nederland is remdesivir momenteel alleen verkrijgbaar via een compassionate use programma.
Waar voorheen (hydroxy)chloroquine nog gold als mogelijke behandeloptie, is inmiddels bekend dat in vivo-studies geen of nauwelijks effect laten zien. Deskundigen van het CBG publiceerden begin mei in Medisch Contact een artikel waarin ze oproepen terughoudend te zijn met behandeling met deze middelen. Ook de SWAB raadt deze middelen inmiddels niet langer aan.
In de media circuleren daarnaast verschillende verhalen over een effect van de ‘coronacocktail’: een combinatie van hydroxychloroquine, azitromycine en zink. Hiervoor stelt het CBG dat er vooralsnog geen bewijs is dat deze combinatie een gunstig effect heeft, terwijl er wel een risico is op ernstige bijwerkingen.

