Siponimod bij multiple sclerose
Siponimod is bij secundair progressieve multiple sclerose geen middel van eerste keus. Het is alleen een optie als andere behandelingen niet effectief zijn of niet worden getolereerd. Dit concluderen R.W.G. Bruggeman en A. Heersche in hun artikel in PharmaSelecta. Uit de enige gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde fase 3-studie uit 2018 blijkt siponimod gedurende drie maanden het relatieve risico op invaliditeitsprogressie met 21% te verlagen. Het is alleen nog onduidelijk hoe dit zich verhoudt ten opzichte van andere multipele sclerose-middelen. Daarnaast is er nog onduidelijkheid over de effectiviteit bij langduriger gebruik.
Verder is het risico op bijwerkingen groot: 89% van de patiënten heeft hier last van. Bij 18% treden ernstige bijwerkingen op, zoals verhoogde leverenzymwaarden en convulsies. Daarnaast treedt bij starten met de behandeling bradycardie op. Siponimod is een sfingosine-1-fosfaat (S1P)-receptormodulator. Het zorgt ervoor dat lymfocyten zich minder goed vanuit de lymfeklieren naar de hersenen en het ruggenmerg kunnen verplaatsen. Dit beperkt de schade die ze bij MS veroorzaken.

