Bijwerkingen bij diagnostische radiofarmaca
Patiënten hebben vaker last van bijwerkingen bij diagnostische radiofarmaca dan tot nu toe bekend was. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Nanno Schreuder, waarover hij publiceert in het Pharmaceutisch Weekblad. Doordat meestal zeer lage hoeveelheden radiofarmaca worden gebruikt, kennen deze middelen in het algemeen een zeer gunstig veiligheidsprofiel. Schreuder onderzocht de medicatieveiligheid van radiofarmaca en bevroeg 1002 patiënten naar hun ervaringen met radiofarmaca. Hieruit bleek dat zij vaker bijwerkingen ervaren dan in de literatuur wordt beschreven. Meestal ging het hierbij om milde bijwerkingen. In 80% van de gevallen traden de bijwerkingen snel op na toediening en verdwenen ze binnen enkele uren. Andere onderwerpen die in het proefschrift van Schreuder aan de orde komen zijn interacties tussen radiofarmaca en andere geneesmiddelen zoals metformine, en gebruik in speciale patiëntpopulaties zoals bij patiënten met een verminderde nierfunctie of acute porfyrie.

